Het Begin
Voordat we zwarte piet hadden bestond er de ” zwarte klaas” Er was een tijd in de laat middeleeuwen dat het verboden was om als bisschop rond te gaan als Sinterklaas door de reformatie. Er was dan een zwarte klaas die rond ging om snoepgoed te brengen naar brave kinderen. Stoute kinderen moesten oppassen voor deze boeman. Zijn uiterlijk is te vergelijken met die van krampus. Toen het niet meer verboden werd om weer katholieke gebruiken toe te passen werd het uiterlijk vervangen van de zwarte klaas naar Sinterklaas en kreeg zwarte piet de rol als knecht van de Sint en was kindvriendelijker.
Nu even terug weer naar die zwarte klaas. Het zwart maken van gezichten werd gedaan in de heidense tijd om één te worden met de voorouders ten tijde van de midwinter. Dit gebruik is later gedemonischeerd door de kerk.
De midwinter was de tijd dat de gestorven voorouders de wereld van de levende bezochten in de voor-christelijke religie. Het steeds korter worden van de dagen stond symbool voor de dood namelijk. Het donker, de koude en storm hadden iets spookachtigs voor onze voorouders. Het was geen veilige tijd. Er was geen verwarming in die tijd, de huizen waren anders gebouwd, voedsel was schaars en er was meer ziekten. Deze gebeurtenissen linkte men aan ongunstige geesten die dwaalden. ” * Droughos “genoemd in het proto- Germaans. Deze geesten moesten goedwillend worden. Daarom ging men gemaskerd buiten of zwart afgeschilderd om niet op te vallen tussen de zwarte spook gedaantes. Dit deden over het algemeen de mannen. Vrouwen en kinderen bleven thuis en moesten beschermd worden tegen het duister van de winter. Dit volksgebruik zie je nu nog in Sunneklaas waar de vrouwen en kinderen op Ameland thuis moeten blijven. Het doel van de overleden gunstig stellen is dat ze gaan samenwerken om het land weer vruchtbaar te maken na de winter. Jongemannen mochten als ze volwassen waren deelnemen aan deze winter maskerades. Dit ging gepaard met krachtmetingen om te kijken of de gene die deelnam wel volwassen genoeg was. Dit kan ook wel worden gezien als een initiatie ritueel als overgang van kind naar volwassen. Ook dit gebruik zie je terug bij ” Sunneklaas “.Het deelnemen aan deze wintermaskerades, initiatie ritueel, het gunstig stellen van onrustige geesten ( zielen-pomp functie) en vruchtbaar maken van het land lijken sterk op de sjamanistische rituelen. De offers die er in voor-christelijke tijd werden gegeven aan deze geesten zijn o.a. het strooien van hazelaarsnoten voor de overledenen. De vorm die pepernoten tegenwoordig hebben en het strooi gebruik stammen mogelijk hiervan af. Ook werden er tikken uitgedeeld met een roe van berken twijgen op het land, vrouwen, vee en kinderen werden hiermee getikt. Dit zal vruchtbaarheid opwekken, en als onderdeel van initiatie als kind naar volwassen. (Groei.)
Het slaan met de roe zagen onze voorouderen als sympathie magie om het land en vee op die manier wakker te schudden uit de winterslaap.
Dit werd voornamelijk gedaan na de 12 rooknachten. In sommige streken van Duitsland en Oostenrijk ging dit te samen met de Krampuslopen. Bij Ameland op 5 december met Sunneklaas. Maar van oorsprong werd dit gedaan rond de rooknachten. De dagen ging weer lengen door de terug komst van de zon. De rooknachten zijn de 12 nachten na het moment dat de dagen weer lengen na de winterzonnewende die drie dagen duurt. Deze was plusminus rond 6 januari afgelopen. In Oostenrijk worden nu Perchten lopen gehouden rond die datum. Perchten hadden uiterlijk van een lelijke oude vrouw of een mooie verschijning. Het symbolischeerd het lengen van de dagen en de lelijke oude winter die wordt achtergelaten.
Tijdens de winterzonnewende beter bekend als yule( Wat mogelijk af is geleid van het Saksische ” hwiol” wat wiel betekend.)
(Dit inverband de cyclus van de zon.) Werd er meer de nadruk gelegd op reinigen en verjagen. Er zijn ook volksverhalen dat Wodan met zijn dodenleger genaamd de “Wilde heir” of wilde jacht joeg op dolende geesten en ze opnam in het dodenleger, maar ook hierbij alles mee nam wat ze tegenkwamen. “Dus ook de levenden”. Het dodenstoet raasde in de lucht op paarden. Waarschijnlijk beeld dit volksverhaal de woeste wind uit tijdens de winter. Het “dodenheir “waren zwartachtige schimmen. Volgens het neopaganisme zijn de zwarte pieten en zwarte klaasen gekerstenigde Hugin en Munin ( De raven van Wodan). Maar dit is onjuist. Ze zijn afgeleid van het dodenleger die donkere schimmen moeten voorstellen van overleden voorouders waar Wodan mee reed. Het slaan met kettingen van wat de krampussen doen, en de baanvegers wat je ziet bij Sunneklaas zijn volksgebruiken om het dodenstoet uit te beelden die met “wildgeraas” voorbij gingen en alles opruimde wat in de weg stond. Naast dat zwart maken voor vermomming stond, zat er ook een vruchtbaarheids betekenis aanvast. Het zwartmaken bracht ook vruchtbaarheid met zich mee. Dit omdat zwart symbool staat voor het onderaardse, en vanuit het onderaardse groeit alles. Je ziet dit in Oostenrijk bijvoorbeeld waar de Krampussen vrouwen hun gezicht zwart maken met roet en olie.
Zwarte Piet in zijn huidige vorm
Zwarte Piet in zijn huidige vorm kent zijn oorsprong in 1850. Hij werd door de Nederlandse leraar, schrijver en illustrator Jan Schenkman afgebeeld in zijn prentenboek: Sint Nicolaas en zijn Knech. Dit had geen racistische achtergrond of bedoeling van Schenkman. Zwarte piet was niets minder dan een helper van de sint.Het uiterlijk van piet met oorringen en kroeshaar gaat mogelijk terug naar de tijd van de moren. De moren hadden inderdaad kroeshaar en oorringen en waren licht getint, maar niet zwart. Sint Nicolaas is er om bekend geworden dat hij gevangenen Christenen bevreide van de Islamitische slavernij uitgevoerd door de Moren. Maar het zwart maken van het gezicht is een oud gebruik zoals hierboven is omschreven. Sint Nicolaas is onderworpen aan verschillende historische tradities waardoor hij nu is zoals deze nu gevierd wordt. later zijn al deze gebruiken in vergetelheid geraakt en brachten wetenschappers en kritischie, zoals mensen met een andere huidskleur, dit ten onrechte in verband met slavernij. Onafhankelijk onderzoeker Michiel C De Jong en Francesco Pepe hebben hier een boek overgeschreven: Sint Nicolaas en de verborgen geschiedenis van Europa. Hier wordt er ingegaan op de geschiedenis van Sinterklaas en de Moren.


Bron: https://www.geheugenvandrenthe.nl/bolveen
Bronnen, venen en zwartgemaakt
Bronnen en venen werden gezien als sacrale plekken door onze voorouders van de lage landen. Bij de Germanen, maar ook bij het volk voor de Germanen. Denk maar aan mensen in de bronstijd waar het animisme een duidelijke rol speelde. Maar ook toen de Germanen in de lage landen kwamen speelde veen-offers een rol.
Willehad prediker kerstendiging
Willehad ” missionaris in Drenthe” heeft het volgende geconstateerd toen hij de bewoners van Thrihanti wilde kerstendigen. Dit staat er geschreven in zijn verslag:
Gelovig Treante is in die dagen een streek geweest met spanningen. Een deel maakte het niets uit wat men geloofde, ze leefden met de seizoenen, ploegen, zaaien, onkruid wieden, oogsten, de winter doorkomen en alles begon opnieuw. Meer zat er niet in hun hoofd. Een ander deel was in gedachten en daden bezig met de oude goden, achter de waterspiegel. Ze geloofden in offers in venen, bronnen en meertjes. Dan waren er de mensen voor wie de Germaanse goden belangrijk waren geworden. Wodan, Do-nar, Tiwaz, Freya, en wat al niet meer. Dat stond soms op gespannen voet met elkaar. De mensen hielden het met elkaar uit, omdat ze hun geloof in het midden lieten. Samen aan het werk op de akkers, met het vee, dat was alles. Daar mocht geloven niet tussen komen. De Christenen deden mee aan die godsvrede. Je geloofde thuis en liet de ander zijn gang gaan. Als er maar werd samengewerkt. Zolang geen groep in de meerderheid kwam, zolang geen groep zijn invloed te duidelijk liet gelden, leek alles goed te komen. En toen kwamen wij.
In de Indiculus supertitonium et paganiarum ( Lijst met verboden Heidense handelingen te samen gesteld door de RK ) Staat het volgende:
De fontibus sacrificiorum. – “Over offeren aan bronnen.
Ook zijn er Romeinse verslagen over dat de Germanen offers gaven aan het veen of bronnen van hun vijanden. Voorbeeld is bij de Germaanse stam “de Cimbren” :
ze werden opgehangen of doodgestoken. Alle buit – Romeinse wapens, paarden en munten – werd in de Rhône gegooid als offer aan de Cimbrische goden. Toen de Cimbren de overwinning vierden.
Tacitus schreef het volgende
Verraders en overlopers hangt men op aan bomen; lafaards, deserteurs en perverten verdrinken ze in een modderige poel onder het gewicht van vlechtwerk (…) duwen ze in het zompige moeras en gooien er dan vlechtwerk overheen.
Wie deze goden waren is niet opgeschreven. Maar de gebruiken gaan terug tot in de prehistorie. Waterpoelen hadden wel een link met de onderwereld. Water brengt inmiddels leven, maar kan ook doden. Dit zien we in folkloristische sages over waternekkers en de veerman bijvoorbeeld. Maar ook het sprookje van vrouw Holle en de put. (Waar de winter symbolisch wordt weergegeven.) Dit wordt uitgedrukt tot ” het symbolisch sterven van de natuur” en het leven, ” symbolisch de lente” . Tijdens de midwinter werd er ook boven een put geblazen met de “midwinterhoorn”. Allemaal symbolische handelingen die te maken hebben met leven en bloei te creëren vanuit het onderaardse dodenrijk. Geboorte, bloei en sterven gebeuren onder aards, ” onder de waterspiegel “.
Voor midwinter heb ik een masker geverfd met deels veen grond erin verwerkt. Dit is niet zomaar veen grond, maar met veen waar er archeologische offervondsten zijn gevonden waar o.a. pottenschijven uit begin jaartelling en botten van dieren. Dit betreft het veentje Bollenveen en Bolveen in Taarlo
Zwart is een verwijzing naar het onderaardse dodenrijk. Die zowel ongeboren zielen, vruchtbaarheid als de doden herbergt. Dit zie je bijvoorbeeld in sages over de oeievaar die de kikker uit een poel haalt en in de moederschoot brengt. En zo een ongeboren ziel tot leven wekt door het voortplantingsproces.
Als vertegenwoordiger van de dood en gevaar had je de kinderschrik de figuur de “nekker”. Deze zal ervoor zorgen dat als kinderen te dicht bij moerassen of water in het algemeen kwamen ze werden beet gepakt, en gesleurd naar beneden het water in. Op die manier zorgden ze ervoor dat kinderen uit de buurt van het water bleven. Het woord nekker kan worden terug herleid naar het Latijnse woord “Necro” wat zwart betekend. Ook de zwarte klaas die als kinderschrik functioneerde is waarschijnlijk een uitkomst van het weerhouden om savonds in het donker naar buiten te gaan. “Donker en winter waren inmiddels gelinkt aan het dodenrijk”.

