
Witte wieven. Ook wel bekend als: witte juffers, joffers, jomfers, widde juffers, juvvers, wiefkes, olde witten, guede holden of telewitten.
Zij zijn in het volksgeloof schimachtige verschijningen die ivm nevel fladders van mist worden gezien. In de Middeleeuwen werd men bang gemaakt dat het spoken en verschijningen van heksen waren, en iets waar je ver uit de buurt moest blijven. Hun verblijfplaats waren o.a. bij grafheuvels en hunebedden en ook venen en moerassen werden genoemd als verblijfplaats.
Johan Picardt was een Drenthse geschiedschrijver en dominee die schreef over de witte wieven en verdedigde hun bestaan in de middeleeuwen. Hij beschreef ook dat de ” Huynen” oud woord voor reuzen de hunebedden hebben gebouwd. Het woord “hunebedden ” heeft zijn naam hier aan te danken. Een andere uitleg voor het woord “witte wieven ” is dat het niet om de kleur zal gaan, maar omdat witte een oud Nederlands woord is voor “weten.” Het zou dus gaan om wetende of wijze vrouwen. Men doelde hiermee Priesteressen die verbleven in grafheuvels en hunebedden vanuit de Germaanse tijdperk en nog daarvoor. Waarschijnlijk zijn er latere opgravingen gevonden in grafheuvels en daar vrouwen ook aangetroffen dat zo deze volksgeloof is ontstaan.
Naast dat witte wieven met heksen in verband wordt gebracht, worden ook elven hiermee in verband gebracht. Het Germaanse woord voor elf is:” Alf” meervoud Alffar
komt van dezelfde Proto- Indo-Europese wortel als het Latijnse woord ” Albus “,
wat wit betekent. De Elfen werden dus van oorsprong in verband gebracht met witte nevelen en met geestes verschijningen, en waarschijnlijk ook met voorouderen bij grafheuvels. En het beeld wat men nu heeft van elfen. ( Dus gevleugelde wezentjes) is in de Renaissance tijdperk ontstaan in de schilderskunst) Maar niet het daadwerkelijke beeld wat de Germanen en ook de Kelten erover hadden. Bij de Kelten werden ze ” Sidhe’s” genoemd in Ierland. Ook zij kwamen rond terpen en grafheuvels voor.

Verder zijn er in Drenthe veel volksverhalen over heksen en ” Spinwiefien ” bij hunebedden. Dit waren vrouwen in het wit die spinnend gezien werden. Dit waarschijnlijk omdat er in grafheuvels veel vrouwen zijn aangetroffen met spinrokken en of spintol. Bij de Scandinaviërs had je grafheuvels van Völvas die waren aangetroffen met spinrokken. Dit waren Noorse Sjamanca’s.
Verschil tussen hunebedden en grafheuvels
Hunebedden en grafheuvels. Deze twee worden nog wel eens met elkaar in de war gehaald. Men denkt vaak dat grafheuvels een ander woord is voor hunebedden. Maar dit is niet zo. Een grafheuvel is een soort van heuvelachtige terp in de natuur waar daadwerkelijk lijken zijn aangetroffen. Deze heuvels komen uit de brons en ijzertijd. Hunebedden zijn megalieten met voordat het is aangebroken een terp erop gebouwd. Bij de hunebedden zijn nog nooit overledenen aangetroffen, maar wel trechterbekers, barnstenen en emmertarwe sporen. Hunebedden zijn ouder dan de grafheuvels. Omdat er nog nooit overledenen zijn aangetroffen in hunebedden, heb ik zelf mijn persoonlijke twijfels of het daadwerkelijk gebouwd is zoals de geschiedenisboeken ons doen laten geloven. Ook of het gebruikt is als graf heb ik mijn twijfels. Mogelijk werd het ook gebruikt als een soort van tempel. Misschien werden de overledenen er wel in begraven en zijn hun botten gewoon snel vergaan door het klei- achtige grond van Drenthe. ” Dit kan natuurlijk ook”.
Germanen, hunebedden en grafheuvels
Nu kom ik op het volgende onderwerp: Germamen, hunebedden en grafheuvels.
Want ik denk dat ook de Germanen hunebedden hebben gebruikt als rituele plek. Rond de jaartelling had je de “ingstaveonen” , dit was een Germaanse stam rond de jaartelling die hier in Nederland rond de kuststreek leefde, later nog de “Frisi”, dit zijn later de Friesen geworden. Ook wat nu Drenthe is behoorde eerst tot het grondgebied van deze stammen.

Er is geschreven door zowel Tacitus als in de “Indiculus supertitonium et paganiarum ” Boek met verboden heidense handelingen over steen verering :De hiis quae faciunt super petras. – “Over de dingen die ze doen boven bepaalde stenen”. Tacitus schreef over de ” zuilen van Hercules “. Hij beschreef dit als een steenhoop waar twee zuilen zouden hebben gestaan. Het was ook gebruikelijk dat de Romeinen Germaanse goden vereenzelvigen met die van hun. Dit omdat het makkelijker over te dragen was om welke soort goden het ging. Zo stond Hercules of Jupiter gelijk aan Donar ivm dat ze beide reageren over donder. Dus mogelijk konden er pilaren in de vorm van Donar hebben gestaan op die plek. Ik ben ooit een stuk tegen gekomen op een site die helaas is verwijderd, dat ging over een bisdommelijk verslag dat beschreef dat bij de hunebedden van Rolde die in het volksgeloof “Duvelskut ” wordt genoemd zuilen van Donar en Tiwaz zouden hebben gestaan en daar witte paarden zouden zijn geofferd. In het werk van Tacitus zie je ook een omschrijving van dieren offers. Hij zegt het volgende: Mars en Hercules worden gunstig gestemd met offers van “consessis animalibus,” wat vertaald wordt als “reine dieren” of “toegestane dieren,” dierenoffers dus. Mars en Hercules zijn de Romeinse namen die werden gegeven voor Tiwaz en Donar. Verder zou Duvelskut een bijnaam zijn van deze hunebedden. Dit heeft er misschien mee te maken dat volgens de overlevering van” Kanunniken” (Dit zijn geestelijken). Reizigers vanuit het zuiden door de nauwe steenhopen werden gedreven en werden bekogeld met uitwerpselen. De reizigers vanuit het zuiden zouden de Franken kunnen zijn die ook de vijanden waren van de Frisi. Bonifacius zou een einde aan het gebruik hebben gemaakt tijdens de kerstening.
Er zijn uit deze overleveringen op te merken dat de hunebedden waarschijnlijk ook gebruikt werden om recht te spreken. ( Het þing) ” Germaans rechtspraak. In Zweden heb je ook Þing stenen. Deze zijn gebruikt bij de Scandinaviërs voor rechtsspraak. Volgens de overleveringen dat er mogelijk beelden hebben gestaan van de Germaanse god van het þing ( Tiwaz) en ook Donar bij het hunebed, zal het goed mogelijk hebben gemaakt dat er recht werd gesproken en werd bestraft.
De afbeelding met mij boven aan is bij het hunebed ” De Papelozekerk” in Schoonoord. Deze hunebed heeft zijn naam te danken aan dat er in de middeleeuwen hier vroeger hagen preken werden gehouden. Dus ook door de kerk zie je dat bijeenkomsten werden gehouden bij hunebedden. Hagen preken werden gehouden in de tijd dat het protestantisme kwam opzetten en protestanten niet veilig meer konden preken ivm vervolgingen door de Katholieken. Menso Alting deed hier zijn hagen preken. Protestanten verzamelde hier zich bij deze hunebed. Hagen preken werden zo genoemd omdat de diensten in openlucht buiten de gemeenschap werden gehouden. Een haag betekend grens.
Verborgen geschiedenis
Stukken zoals bisdommelijke verslagen over zuilen van Tiwaz en Donar is helaas nier meer vindbaar. Toen ik naar de pagina zocht is het weg gehaald. Ook de Indiculus waar ik het over had, komt oorspronkelijk uit de bibliotheek van het Vaticaan. Zo ben ik van mening dat er meerdere dingen geschreven zijn vanuit de RK over de Germanen en Kelten waar we vandaag de dag niet bij kunnen komen. En ons een stuk geschiedenis wordt onthouden en deze in de bibliotheek van het Vaticaan liggen.
Indiculus over verering boven graven
Er zijn verder nog intressante info uit de indiculus die verbodsbepalingen deden over heidense handelingen bij graven.
• De sacrilegio ad sepulchra mortuorum. – “Over heiligschennis bij de graven van doden”.
• De sacrilegio super defunctos id est dadsisas. – “Over heiligschennis boven de doden, het doodsmaal”
• De sacris Mercurii, vel Iovis. – “Over offers aan Mercurius (Wodan) of Jupiter (Donar)”.
• De incertis locis que colunt pro sacris. “Over plaatsen op ongewisse plek, die zij als heiligdom vereren” (nemetons)
Verder zie je ook in de Edda terug dat er oproepen van de doden boven grafheuvels werd gedaan. Alhoewel de Edda mythisch is, is het zeer goed mogelijk dat deze praktijken door Völvas werden beoefend.

Vroeger werd dit het hunebed van Wanneperveen genoemd. Er is hier het volgende volkssage over deze hunebed mbt spinwiefien: Er waren eens drie vrouwen die spinnende bij deze hunebed werden gezien met gouden spinnenwiel. Toen kwam er een boerenknecht met paard aangereden en die beledigde deze dames en zei het volgende: Old wyfke platvoet kom d’r mar oet als ut kwad doet. Waarom èèn van de dames kwaad een groene bot naar hem gooide. De boer vluchtte en werd niet geraakt. Maar zijn paard wel en bleef daarom verlamd.
